ECLI:NL:CBB:2005:AU6868
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op akkerbouwsubsidie wegens onvoldoende bewijs premiewaardigheid perceel
Appellante had subsidie aangevraagd voor 13,81 hectare snijmaïs, maar verweerder stelde vast dat een deel van het perceel niet voldeed aan de definitie van akkerland, waardoor de subsidieaanvraag werd afgewezen. Het geschil betrof de vraag of perceel 12 in de referentieperiode 1987-1991 als akkerland was gebruikt, hetgeen essentieel is voor de premiewaardigheid.
Appellante voerde aan dat het perceel vanaf aankoop in 1990 als grasland was, maar dat in datzelfde jaar en in 1991 maïs werd geteeld. Zij overlegde diverse nota's van loonwerkers en verklaringen van de vorige eigenaar en loonbedrijven. Verweerder baseerde zich op satellietbeelden en interpretaties door GeoRas, die aangaven dat het perceel deels met gras was bedekt.
Het College oordeelde dat satellietbeelden een betrouwbare basis vormen en dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd op perceelsniveau dat het perceel premiewaardig was. De overgelegde documenten waren niet specifiek genoeg, de luchtfoto was niet gedateerd en de verklaringen waren achteraf opgesteld. Omdat het verschil tussen aangevraagde en geconstateerde oppervlakte groter was dan 20%, was de subsidie geheel te weigeren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College wees ook op de mogelijkheid van ontsnapping aan sancties indien een aanvrager aantoonbaar geen schuld treft, maar appellante had geen bewijs daarvoor geleverd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de akkerbouwsubsidie wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van premiewaardigheid van het perceel.