ECLI:NL:CBB:2005:AU6875
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens niet-naleving aanhoudvoorwaarden
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin haar premieaanvragen voor zoogkoeien voor het jaar 2002 zijn afgewezen en reeds toegekende bedragen zijn teruggevorderd. De kern van het geschil betreft het niet voldoen aan de aanhoudvoorwaarden van zoogkoeien gedurende zes maanden en het ontbreken van bewijs voor tijdige vervanging van dieren via vervangingskaarten.
Het College stelt vast dat zes runderen niet premiewaardig waren omdat zij binnen de aanhoudperiode van zes maanden zijn afgevoerd en/of kalveren kregen die niet de vereiste vier maanden bij de moeder zijn gebleven. Appellante heeft niet kunnen aantonen dat zij tijdig vervangingskaarten heeft verzonden, wat voor haar risico is. Het feit dat zij voldoende premieabele dieren had, doet hier niet aan af.
Op grond van de verordening is een korting van meer dan 20% vastgesteld, waardoor de premieaanvragen terecht zijn afgewezen en de premies teruggevorderd. De door appellante aangevoerde fout van de bevoegde instantie kan niet worden toegerekend omdat zij op de hoogte was van de tekortkomingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de zoogkoeienpremie blijft gehandhaafd.