ECLI:NL:CBB:2005:AU7025
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag gewetensbezwaardenprotocol oormerken runderen
Appellante, een veehouder die zich als gewetensbezwaarde wilde aanmelden voor het protocol identificatie en registratie (I&R) runderen, werd door verweerder geweigerd omdat zij niet behoorde tot de beperkte groep veehouders die bij de invoering van de oormerkverplichting in 1992 bekend waren en voor wie het protocol gold.
Verweerder stelde dat het protocol een handhavingtraject betreft voor een specifieke, afnemende groep en dat het geen algemene regeling is die nieuwe aanmeldingen toestaat. Appellante voerde aan dat zij wel recht heeft op toepassing van het protocol en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat het protocol geen algemeen geldend beleid is en dat de brief van verweerder van 9 april 2003 slechts een niet op rechtsgevolg gerichte mededeling is dat appellante niet tot de lijst van gewetensbezwaarden behoort en dat overtreding van de oormerkverplichting niet wordt gedoogd.
Daarom is de brief geen besluit in de zin van de Awb en is het bezwaar niet-ontvankelijk. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de weigering geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.