ECLI:NL:PHR:2009:BI4051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid niet-oormerken schapen en geiten zonder vrijstelling
Verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld wegens het niet voorzien van oormerken bij schapen en geiten, terwijl hij principieel tegenstander was van het oormerken van zijn dieren. Het hof sprak verdachte vrij voor runderen omdat hij voldeed aan een protocol voor gewetensbezwaarden, maar veroordeelde hem voor de overige dieren.
De verdediging voerde aan dat de Nederlandse regelgeving in strijd was met Richtlijn 92/102/EEG omdat deze geen ruimte biedt voor vrijstellingen of ontheffingen voor schapen en geiten, en dat verdachte daarom niet strafbaar was. De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat de Richtlijn en nationale wetgeving geen zelfstandige bevoegdheid aan lidstaten geven om vrijstellingen te creëren zonder toestemming van de Europese Commissie.
Daarnaast werd het beroep op overmacht afgewezen, omdat het hof terecht oordeelde dat geen vrijstelling op grond van artikel 107 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) was verleend en het protocol alleen gold voor runderen. De Hoge Raad bevestigde dat het aanbrengen van oormerken geen verboden dierenmishandeling is en dat de strafbaarheid terecht is vastgesteld. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor het niet voorzien van oormerken bij schapen en geiten zonder geldige vrijstelling.