ECLI:NL:CBB:2005:AU7836
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing energie-investeringsaftrek wegens ontbreken onherroepelijke bouwvergunning en te late melding
Appellante, Oostwind B.V., verzocht om een verklaring energie-investeringsaftrek (EIA) voor investeringen in twee windturbines. De Minister van Economische Zaken wees dit verzoek af omdat op het moment van melding geen onherroepelijke bouwvergunning aanwezig was en de melding niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden na het aangaan van de verplichtingen was gedaan.
De bouwvergunning voor de windturbines was verleend op 23 december 2002, maar werd pas onherroepelijk na uitspraak van de Raad van State op 11 maart 2004. Appellante betoogde dat de vergunning al onherroepelijk was bij de melding en dat de termijn voor melding pas bij onherroepelijkheid moest aanvangen. Tevens voerde zij aan dat slechts een deel van de investering vergunningplichtig was en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
Het College oordeelde dat het begrip onherroepelijk conform juridisch gebruik betekent dat bezwaar- en beroepstermijnen onbenut moeten zijn verstreken. De vergunningseis geldt voor de gehele windturbine als bedrijfsmiddel, niet alleen voor delen daarvan. De termijn voor melding vangt aan bij het aangaan van de verplichtingen, ongeacht onherroepelijkheid. Het evenredigheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de besluiten op wettelijke voorschriften berusten.
Daarom verklaarde het College de beroepen ongegrond en bevestigde de afwijzing van de EIA-verklaring.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om energie-investeringsaftrek worden afgewezen wegens ontbreken van een onherroepelijke bouwvergunning en te late melding.