ECLI:NL:CBB:2005:AU7839
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing slachtpremie wegens te late melding niet-ontvankelijk verklaard door schending hoorplicht
Appellante diende een aanvraag in voor slachtpremie op grond van de Regeling dierlijke EG-premies, die gedeeltelijk werd afgewezen omdat de melding van de slacht te laat was gedaan. Verweerder stelde dat de melding pas op 21 februari 2004 was ontvangen, terwijl de dieren al op 12 december 2003 waren geslacht.
Appellante voerde aan dat zij correct had gehandeld volgens het I&R-systeem rund, maar verweerder baseerde het besluit op onderzoek waaruit bleek dat het slachthuis de melding niet tijdig had gedaan. Verweerder nam het besluit zonder appellante te horen, met toepassing van artikel 7:3 Awb Pro.
Het College oordeelde dat verweerder de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 7:2 Awb Pro had geschonden door appellante niet te informeren over de onderzoeksresultaten en haar niet in de gelegenheid te stellen daarop te reageren. Dit maakte een inhoudelijke discussie onmogelijk. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij appellante wordt gehoord.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en werd de Staat verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de hoorplicht.