ECLI:NL:CBB:2010:BM2583
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing slachtpremie wegens te late slachtmeldingen volgens Regeling dierlijke EG-premies
Appellante verzocht om slachtpremie voor vijf runderen die op 12 december 2003 bij een slachthuis zijn geslacht. De slachtmeldingen aan het I&R-systeem rund werden echter pas op 21 februari 2004 geregistreerd, ruim na de termijn van 25 dagen zoals voorgeschreven in de Regeling dierlijke EG-premies. Verweerder wees de aanvragen af wegens het niet tijdig indienen van de slachtmeldingen. Appellante stelde dat de fout niet aan haar lag, maar bij het slachthuis of het meldingssysteem, en dat een ruimere marge voor verwerkingstijd gehanteerd moest worden.
Het College oordeelde dat de regeling vereist dat de slachtmelding door het slachthuis binnen 25 dagen na slacht wordt gedaan en dat de risico's van fouten in het meldingssysteem voor rekening van de producent komen. De gehanteerde marge van vijf verwerkingsdagen is gebaseerd op praktijk en gerechtvaardigd. Het College vond geen reden om van deze lijn af te wijken en concludeerde dat de aanvragen terecht zijn afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de slachtpremieaanvragen wordt gehandhaafd.