ECLI:NL:CBB:2005:AU7846
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens niet-gemelde vervanging vaarzen
Appellant diende een aanvraag in voor zoogkoeienpremie voor 33 dieren, waaronder vijf vaarzen. Tijdens de aanhoudperiode kalfde één vaars, waarvoor geen vervangingsmelding werd gedaan. Verweerder stelde dat vier dieren niet premiewaardig waren en verlaagde de premie tot 29 dieren, met terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen.
Appellant voerde aan dat alle dieren aan de voorwaarden voldeden en dat hij niet op de vervangingsplicht was gewezen. Het College oordeelde dat appellant bekend had moeten zijn met de regeling en dat de vervangingsregels strikt gevolgd moesten worden. De niet-gemelde vervanging leidde tot het verlies van premie voor die dieren.
Het College concludeerde dat appellant niet recht had op meer dan 29 premiedieren en dat de terugvordering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van zoogkoeienpremie wegens niet-gemelde vervanging vaarzen wordt ongegrond verklaard.