ECLI:NL:CBB:2005:AU7850
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens niet-gemelde vervanging vaarzen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin een terugvordering van zoogkoeienpremie werd opgelegd vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van de Regeling dierlijke EG-premies. De kern van het geschil betreft het feit dat vijf vaarzen binnen de aanhoudperiode hebben gekalfd en appellante deze niet als vervangende dieren heeft gemeld.
De Minister heeft de premie voor het jaar 2002 voor dertien dieren toegekend en een bedrag van €1467,97 teruggevorderd. Appellante voerde aan dat er voldoende vervangende dieren op het bedrijf aanwezig waren en dat de Minister dit uit het I&R-register had kunnen afleiden. Dit werd door het College verworpen omdat de Regeling voorschrijft dat vervangingen binnen bepaalde termijnen gemeld moeten worden, wat niet is gebeurd.
Het College oordeelt dat appellante bekend had moeten zijn met de Regeling en de meldingsplicht. Bovendien is de terugvordering gerechtvaardigd omdat er sprake is van een onverschuldigde betaling. De stelling dat de Minister niet van het eerdere besluit had mogen terugkomen wordt verworpen omdat appellante de fout redelijkerwijs had kunnen ontdekken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de zoogkoeienpremie bevestigd.