ECLI:NL:CBB:2006:AV0516
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen terugvordering akkerbouwsubsidie wegens niet-premiewaardig grasland
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten waarbij de Minister van Landbouw de subsidies over de jaren 2000, 2001 en 2002 voor bepaalde maïspercelen heeft herzien en teruggevorderd, omdat deze percelen volgens teledetectiecontrole niet voldeden aan de definitie van akkerland. Verweerder baseerde zich op Europese verordeningen die terugvordering verplicht stellen bij onverschuldigde betalingen.
Het College oordeelt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de satellietbeelden onjuist zijn geïnterpreteerd of dat de percelen anders dan als grasland zijn gebruikt in de referentieperiode 1987-1991. Het beroep op vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginselen faalt omdat geen toezeggingen zijn gedaan en de controle op basis van steekproeven plaatsvindt.
Verder is de terugvordering gebaseerd op rechtstreeks werkende Europese regelgeving die nationale regels overstijgt. De sancties zijn proportioneel en de terugvordering is niet onredelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van akkerbouwsubsidies over 2000-2002 wordt ongegrond verklaard.