ECLI:NL:CBB:2005:AT8929
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugvordering van onterecht toegekende akkerbouwsubsidie wegens niet-premiewaardig perceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarbij haar bezwaar tegen de herziening van eerder toegekende akkerbouwsubsidies over 2000 en 2001 ongegrond werd verklaard. De subsidies werden teruggevorderd omdat een perceel van 3,46 hectare niet voldeed aan de definitie van akkerland, zoals vastgesteld door satellietbeelden en teledetectieonderzoek.
Het College overweegt dat appellante geen voldoende bewijs heeft geleverd dat het perceel in de relevante periode niet als blijvend grasland werd gebruikt. De Europese regelgeving verplicht de terugvordering van subsidies die onterecht zijn toegekend, tenzij sprake is van overmacht of erkenning door bevoegde instanties, wat hier niet het geval is. Het feit dat appellante te goeder trouw handelde, leidt niet tot een andere uitkomst.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarbij het College benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor het correct indienen van subsidieaanvragen bij de aanvrager ligt. De opgelegde sancties en terugvordering zijn in overeenstemming met de Europese verordeningen en het nationale bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onterecht toegekende subsidies bevestigd.