ECLI:NL:CBB:2006:AV1541
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- W.E. Doolaard
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid nationale douaneautoriteiten bij verzoeken tot kwijtschelding antidumpingheffing
In deze zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om verzoeken tot kwijtschelding van antidumpingheffing af te wijzen zonder deze door te verwijzen naar de Europese Commissie. Appellante stelde dat de bevoegdheid tot beslissing over de algemene billijkheidsclausule exclusief bij de Commissie ligt, en dat het dossier daarom had moeten worden voorgelegd.
Het College heeft overwogen dat op grond van artikel 239 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW) en artikel 905 van Pro de Uitvoeringsverordening (TCDW) de nationale douaneautoriteiten in eerste instantie zelf moeten beoordelen of aan de voorwaarden voor kwijtschelding is voldaan. Alleen indien bijzondere omstandigheden worden aangetoond en aan specifieke criteria wordt voldaan, dient het dossier te worden doorgezonden naar de Commissie.
De jurisprudentie van het Hof van Justitie bevestigt dat de nationale autoriteiten een marginale toets uitvoeren en dat de uiteindelijke beoordeling van bijzondere situaties bij de Commissie ligt. In deze zaak heeft verweerder terecht geoordeeld dat de verzoeken niet vergezeld gingen van voldoende bewijsstukken om te spreken van bijzondere omstandigheden die een doorzending rechtvaardigen.
Het College verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat verweerder bevoegd was om de verzoeken af te wijzen zonder doorzending naar de Commissie. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard; verweerder mocht de verzoeken tot kwijtschelding afwijzen zonder doorzending naar de Europese Commissie.