ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5954
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- A. Bijlsma
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid inspecteur bij verzoek terugbetaling op grond van bijzondere omstandigheden in douanerecht
Belanghebbende, X B.V., heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek om terugbetaling van invoerrechten op grond van vermeende bijzondere omstandigheden volgens artikel 905 UCDW Pro. De inspecteur had het verzoek afgewezen omdat geen bewijsstukken waren aangeleverd die het bestaan van bijzondere omstandigheden konden aantonen.
De Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat de beoordeling of aan de voorwaarden van artikel 905, lid 1, UCDW is voldaan, toekomt aan de nationale douaneautoriteiten. Dit volgt uit de tekst en opbouw van het artikel en wordt bevestigd door het zesde lid. De inspecteur heeft terecht besloten dat geen bewijsmateriaal of argumenten waren aangevoerd die tot voorlegging aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen moesten leiden.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat missierapporten niet waren verstrekt en dat de inspecteur niet zelfstandig onderzoek had verricht. Deze stellingen zijn door de inspecteur gemotiveerd weersproken. Ook het beroep op rechtsongelijkheid binnen de EU en nieuwe jurisprudentie werd verworpen. De Douanekamer achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de inspecteur terecht oordeelde dat geen bewijsstukken voor bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd.