ECLI:NL:CBB:2006:AV2686
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardevaststelling en tegemoetkoming schade op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellante exploiteert een schapenbedrijf waar alle schapen verdacht werden verklaard vanwege een positief getest schaap op scrapie. Verweerder legde maatregelen op en stelde de waarde van de dieren vast na een hertaxatie door drie deskundigen, benoemd door de kantonrechter. Appellante maakte bezwaar tegen de vastgestelde tegemoetkoming en voerde aan dat de waardebepaling onjuist was, onder meer omdat niet alle dieren scrapie hadden en de waarde van de dieren in gezonde toestand hoger zou zijn.
Het College overweegt dat de waardevaststelling door de deskundigen, hoewel niet alle deskundigen beëdigd waren, rechtsgeldig tot stand is gekomen en dat het beroep tegen de benoeming niet is ingesteld. De waardebepaling is gebaseerd op de situatie ten tijde van de eerste taxatie, waarbij de drachtigheid van ooien is meegenomen en de waarde van later geboren lammeren niet. De door appellante overgelegde nota's zijn niet representatief voor de waarde op het taxatiemoment.
Het College concludeert dat geen uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die afwijken van de vastgestelde waarde rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de tegemoetkoming in schade wordt ongegrond verklaard.