ECLI:NL:CBB:2006:AV3583
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Warenwetbesluit bereiding en behandeling levensmiddelen
Appellant werd door een inspectiebezoek op 21 november 2003 geconfronteerd met overtredingen van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen en de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen. Naar aanleiding hiervan legde de minister een boete van €2.700,- op, welke door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat sprake was van rechtsongelijkheid en dat hij de waarschuwingen vanwege taalbarrières niet had begrepen.
Het College oordeelde dat de minister bevoegd was de boete op te leggen en dat de boetebedragen niet onevenredig hoog zijn. De stelling van appellant dat hij de waarschuwingen niet begreep, werd verworpen omdat hij geen deskundige hulp heeft ingeroepen en op grond van de Warenwet een vertaling had kunnen aanvragen. De klacht over rechtsongelijkheid werd afgewezen wegens gebrek aan concrete onderbouwing. Ook de stelling dat de minister een tunnelvisie ontwikkelt en misbruik van bevoegdheid pleegt, werd niet onderbouwd.
Het College concludeerde dat er geen bijzondere en zwaarwegende omstandigheden zijn die matiging van de boete rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €2.700,- wegens overtreding van het Warenwetbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.