ECLI:NL:CBB:2006:AW1988
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late indiening aanvraag ooipremie zonder overmacht
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin zijn aanvraag voor ooipremie 2004 werd afgewezen wegens te late indiening. De aanvraag was meer dan 25 kalenderdagen na de vastgestelde termijn ingediend, waardoor deze volgens Verordening (EG) nr. 2419/2001 artikel 13 moest Pro worden afgewezen.
Appellant voerde aan dat hij in de veronderstelling verkeerde de aanvraag elektronisch te hebben ingediend, terwijl dat voor 2004 niet meer mogelijk was en alleen schriftelijke indiening was toegestaan. Hij stelde dat dit een buitengewone omstandigheid was en dat verweerder hem tijdig had moeten waarschuwen.
Het College oordeelde dat de omstandigheid dat de indieningswijze was gewijzigd geen buitengewone omstandigheid vormt. Verweerder had appellant tijdig geïnformeerd over de indieningstermijn en -wijze. Het niet lezen van deze informatie is voor rekening en risico van appellant. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag ooipremie wordt afgewezen wegens te late indiening zonder overmacht.