ECLI:NL:CBB:2006:AW2011
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering en herziening premierechten zoogkoeienpremie
Appellant diende een premieaanvraag in voor 12 zoogkoeien in 2002. Verweerder verleende aanvankelijk premie, maar herzag dit besluit en vorderde een bedrag terug wegens onregelmatigheden bij vijf runderen die binnen de aanhoudperiode waren afgevoerd zonder tijdige melding van vervanging. Tevens werd appellant uitgesloten van steun voor een bedrag dat overeenkomt met het verschil tussen aangegeven en geconstateerde dieren.
Appellant voerde aan dat vervangingen tijdig waren gemeld en dat de sancties disproportioneel waren, mede vanwege de gevolgen voor latere jaren. Het College oordeelde dat het bezwaar ook gericht was tegen het premierechtenbesluit en dat verweerder dit had moeten behandelen. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het bezwaar alleen tegen de terugvordering werd geacht te zijn gericht.
Tegelijkertijd bevestigde het College dat verweerder terecht de terugvordering en uitsluiting handhaafde, omdat appellant niet kon aantonen dat vervangingskaartjes tijdig waren ontvangen. De sancties waren gebaseerd op geldende Europese regelgeving en verweerder had geen beleidsvrijheid om hiervan af te wijken.
Het College veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan appellant en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bezwaarbehandeling en correcte toepassing van subsidieregelingen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het bezwaar alleen tegen de terugvordering was gericht; terugvordering en uitsluiting worden bevestigd.