ECLI:NL:CBB:2006:AW3059
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering zoogkoeienpremie wegens niet tijdige vervanging dier
Appellant diende een steunaanvraag in voor acht zoogkoeien en kreeg aanvankelijk premie toegekend. Verweerder stelde echter vast dat een rund binnen de aanhoudperiode was afgevoerd en dat de vervanging niet tijdig was gemeld, waardoor geen premie voor dat dier kon worden toegekend. Appellant voerde aan dat hij het vervangingskaartje wel had verzonden, maar kon dit niet bewijzen. Het College oordeelde dat appellant verantwoordelijk is voor tijdige ontvangst van de vervangingskaart en dat postgebreken voor zijn risico komen.
Verder stelde appellant dat verweerder fouten had gemaakt in de verwerking en dat hij voldoende vervangende dieren had, maar dit kon niet leiden tot premie omdat de vervanging niet correct was gemeld. Verweerder was bovendien verplicht de onverschuldigde betaling terug te vorderen, ook al was er sprake van een fout van de bevoegde instantie, omdat het terugvorderingsbesluit binnen twaalf maanden was genomen.
Het College concludeerde dat appellant slechts zeven van de acht premierechten had benut en dat het niet gebruikte premierecht terecht aan de nationale reserve was overgedragen. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die dit konden verhinderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de premie gehandhaafd.