ECLI:NL:CBB:2006:AW5858
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding van het verbod op misleidende gezondheidsclaims bij verhandeling van eetwaren
Appellant, vennoot van Drogisterij B, werd door de minister van Volksgezondheid een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 19 van Pro de Warenwet, omdat via een website misleidende gezondheidsclaims werden gemaakt over producten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat sprake was van verhandelen in de zin van de Warenwet, waarbij appellant verantwoordelijk was voor de inhoud van de doorlink naar de Swiss-website met gezondheidsclaims.
Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat de uitspraak te laat was gedaan, dat er sprake was van een onrechtvaardige behandeling door de rechtbank en dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de inhoud van de doorlink. Tevens stelde hij het boetebeleid onredelijk te vinden en wees op het ontbreken van een boete voor Swiss.
Het College overwoog dat de termijnoverschrijding geen rechtsgevolg heeft, dat appellant terecht verantwoordelijk is gehouden voor de productinformatie omdat hij de doorlink zelf heeft gerealiseerd, en dat het boetebeleid niet onredelijk is. De hoogte van de boete van €680 werd als proportioneel beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €680 wordt bevestigd.