ECLI:NL:PHR:2012:BT8788
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de gedifferentieerde WGA-premie en rentehobbelopslag in de Wet financiering sociale verzekeringen
Deze zaak betreft de geschilpunten over de berekening van de gedifferentieerde WGA-premie voor het jaar 2008, waarbij belanghebbende bezwaar maakte tegen de wijze waarop de Inspecteur rekening hield met WAO-uitkeringen bij de premieberekening.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat het Besluit Wfsv een geldige algemene maatregel van bestuur is die binnen de delegatiebevoegdheid van artikel 38 Wfsv Pro valt. Het meetellen van WAO-uitkeringen bij de berekening van de individuele opslag of korting is volgens hen gerechtvaardigd, mede vanwege het overgangsmodel en het ontbreken van voldoende WGA-gegevens in de eerste jaren.
Belanghebbende voerde aan dat het vakantiegeld niet meegeteld mag worden en dat de rentehobbelopslag onrechtmatig is en leidt tot discriminatie tussen publiek verzekerde werkgevers en eigenrisicodragers. Deze klachten werden door de Hoge Raad verworpen, waarbij werd benadrukt dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het systeem van premiedifferentiatie en rentehobbelopslag een gelijk speelveld nastreeft.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat belanghebbende redelijkerwijs had kunnen weten dat de WAO-uitkering aan haar toegerekend kon worden. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtmatigheid van het systeem van premiedifferentiatie en de wijze van berekening van de WGA-premie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de berekening van de gedifferentieerde WGA-premie inclusief het meetellen van WAO-uitkeringen en de rentehobbelopslag.