ECLI:NL:CBB:2006:AX1645
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- J.H.W. de Planque
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening tegemoetkoming schade pluimveebedrijf op grond van Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Appellant, een pluimveehouder, ontving een tegemoetkoming voor gedode dieren en onschadelijk gemaakte producten in verband met bestrijding van Aviaire Influenza. De waardebepaling van het pluimvee werd aanvankelijk vastgesteld door een beëdigd deskundige, maar appellant tekende het taxatieformulier niet voor akkoord. Vervolgens vond een correctie plaats die leidde tot hogere vergoedingen, waarop appellant geen bezwaar maakte. Later stelde de Minister vast dat de waardering onjuist was vanwege een foutieve correctie voor de ruiperiode en besloot de eerder toegekende vergoedingen in te trekken en terug te vorderen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking. Het College oordeelde dat de Minister onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van appellant en niet zorgvuldig had gehandeld bij de besluitvorming. Bovendien mocht appellant op grond van de eerdere besluiten en de communicatie van de Minister vertrouwen op de definitieve vaststelling van de vergoeding. De intrekking was daarom in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van fair play.
Het College vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 24 november 2003. Tevens veroordeelde het College de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit van de Minister en herroept het besluit van 24 november 2003, waarbij de intrekking van de schadevergoeding aan appellant onrechtmatig was.