ECLI:NL:CBB:2006:AX7275
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering premie voor mannelijke runderen wegens niet tijdige melding verplaatsing
Appellant, een veehouder, diende meerdere steunaanvragen in voor mannelijke runderen op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Negentien runderen werden binnen de aanhoudperiode verplaatst van stal onder UBN 2546122 naar weilanden onder UBN 2276148 zonder voorafgaande schriftelijke melding aan de bevoegde instantie. Verweerder weigerde daarom de premie voor deze dieren en hield deze onregelmatigheden mee bij de korting op de rundveepremies.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de meldingsplicht en dat hij geen financieel voordeel had genoten. Hij stelde dat de sanctie onevenredig was gezien de geringe tekortkoming. Het College oordeelde dat de meldingsplicht duidelijk was omschreven in de Europese verordeningen en de Regeling, en dat appellant als producent geacht wordt op de hoogte te zijn van de voorwaarden.
De sanctie volgt rechtstreeks uit de communautaire regelgeving en is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De stelling dat appellant geen schuld treft, faalt omdat de verplichting tot melding duidelijk was. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van premie en de opgelegde korting wordt ongegrond verklaard.