ECLI:NL:CBB:2006:AX7771
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens intrekking bestuursbesluit steunverlening caseïnaat
Appellante, Campina Zuivel B.V., stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Zuivel waarin steunbedragen voor caseïnaat EMHV waren teruggevorderd. Dit beroep werd aangehouden in afwachting van Europese procedures. Na vernietiging van de Europese beschikking trok verweerder het bestreden besluit en het primaire besluit in. Appellante trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Het College oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding in aanmerking komt omdat het beroep is ingetrokken na tegemoetkoming van verweerder. Er is echter geen sprake van een onrechtmatig besluit dat tegen beter weten in is genomen, aangezien verweerder handelde op basis van de toen geldende opvatting van de Europese Commissie. Het latere arrest van het Hof van Justitie dat deze opvatting onjuist was, rechtvaardigt geen veroordeling tot vergoeding van kosten in de bezwaarfase.
Wel acht het College vergoeding van proceskosten in de beroepsfase op zijn plaats, vastgesteld op € 724,50, alsmede vergoeding van het griffierecht. De veroordeling is gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de toepasselijke artikelen van de Awb.
Uitkomst: Het College veroordeelt verweerder tot vergoeding van € 724,50 aan proceskosten en het griffierecht aan appellante.