ECLI:NL:CBB:2006:AY4160
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen weigering herziening besluit zoogkoeienpremie 2002
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 april 2005, waarin de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het bezwaar tegen de weigering tot herziening van een eerder besluit op grond van de Regeling dierlijke EG-premies ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betreft de aanvraag om zoogkoeienpremie over 2002, waarbij appellante meent dat zij binnen de beroepstermijn heeft gehandeld en dat een integrale herbeoordeling van haar aanvraag zou plaatsvinden. Het College stelt vast dat appellante geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 11 oktober 2004 en dat haar brief van 23 november 2004 slechts een verzoek om heroverweging zonder beroep inhield.
Het College oordeelt dat voor een succesvolle herziening nieuwe feiten of omstandigheden vereist zijn die ten tijde van het oorspronkelijke besluit niet bekend waren. De door appellante aangevoerde onzorgvuldigheid is geen nieuw feit en had tijdig ingebracht moeten worden. De integrale herbeoordeling is niet toegezegd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot herziening van het besluit zoogkoeienpremie 2002 wordt ongegrond verklaard.