ECLI:NL:CBB:2006:AY4166
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- M.A. Fierstra
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en ruiming AI-gevoelige dieren in bufferzone Roermond
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij haar AI-gevoelige dieren als verdacht werden aangemerkt en geruimd. Dit besluit was genomen in het kader van de bestrijding van een uitbraak van Aviaire Influenza (AI) in diverse beschermings- en bufferzones.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de verdachtverklaring en de daarop gebaseerde ruimingsmaatregel, waarbij appellante aanvoerde dat haar dieren ten onrechte als verdacht waren aangemerkt omdat er geen concrete aanwijzingen voor besmetting waren en dat de ruiming niet proportioneel was. Verweerder voerde aan dat de bufferzone Roermond was ingesteld om verdere verspreiding van het virus te voorkomen en dat alle dieren in die bufferzone in de gelegenheid waren geweest om besmet te raken.
Het College overwoog dat de Minister op redelijke gronden tot de verdachtverklaring kon komen, gelet op het verloop van de epidemie, het aantal besmettingen en de verspreiding van het virus. De afstand tot het dichtstbijzijnde besmette bedrijf en het ontbreken van contacten deden hieraan niet af. Ook de keuze voor ruiming werd als redelijk beoordeeld. De grieven over schadevergoeding konden niet in deze procedure worden behandeld omdat daarvoor een apart besluit bestaat.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de verdachtverklaring en ruiming van AI-gevoelige dieren in de bufferzone Roermond wordt ongegrond verklaard.