ECLI:NL:CBB:2006:AY4173
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing premieaanvragen zoogkoeien en stieren wegens veebezettingsruimte
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar aanvragen voor speciale premies voor zoogkoeien en stieren werden afgewezen of beperkt vanwege de beschikbare veebezettingsruimte. De kern van het geschil betrof de vraag of het melkquotum, dat tijdelijk aan een derde was overgedragen, in aanmerking mocht worden genomen bij de berekening van de veebezettingsruimte.
De feiten tonen aan dat appellante de tijdelijke overdracht van haar melkquotum niet tijdig bij de Centrale Organisatie Superheffing (COS) heeft gemeld, waardoor deze niet kon worden geregistreerd. Hierdoor bleef het melkquotum op haar naam staan en werd het aantal grootvee-eenheden (GVE) dat overeenkomt met het melkquotum in de berekening van de veebezettingsruimte betrokken.
Het College oordeelde dat het aantal GVE dat nodig is voor de productie van de geregistreerde referentiehoeveelheid melk bepalend is, ongeacht het feit dat appellante in 2003 geen melkkoeien hield. De tijdelijke overdracht kon publiekrechtelijk niet worden erkend vanwege het niet tijdig melden. Daarom was de afwijzing van de premieaanvragen terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de premieaanvragen gehandhaafd.