ECLI:NL:CBB:2006:AY9600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning voor speelautomatenhal op grond van uitsterfbeleid gemeente Delfzijl
Appellant, eigenaar van een pand te Delfzijl, verzocht om een vergunning voor het plaatsen van speelautomaten. De burgemeester van Delfzijl weigerde deze vergunning omdat appellant niet beschikte over een speelautomatenhalvergunning en het gemeentelijke uitsterfbeleid dit niet toestond.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het uitsterfbeleid onredelijk was en dat het plaatsen van enkele speelautomaten geen onaanvaardbare gevolgen zou hebben. Tevens gaf appellant aan mogelijk een restaurant te willen vestigen, maar het pand had geen horecabestemming.
Het College oordeelde dat het uitsterfbeleid gegrond was en dat de burgemeester op grond van de Wet op de kansspelen en de APV terecht de vergunning had geweigerd. De mogelijke toekomstige vestiging van een restaurant deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor speelautomaten wordt ongegrond verklaard.