ECLI:NL:CBB:2006:AZ2682
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van ooipremie wegens niet-naleving aanhoudplicht en verplaatsingsverklaring
Appellant diende een aanvraag in voor een ooipremie voor 500 ooien, waarvan 100 ooien op een andere locatie zouden worden gehouden. Tijdens een controle op 28 februari 2005 werden slechts 408 ooien op het bedrijf aangetroffen, terwijl de overige 92 ooien zonder geldige verplaatsingsverklaring op een ander perceel werden geteld. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant niet aan de aanhoudplicht had voldaan en de verplaatsingen niet tijdig had gemeld, wat leidde tot een overschrijding van de toegestane 20% afwijking.
Appellant voerde aan dat de controle onzorgvuldig was, dat hem geen kans was gegeven om fouten te herstellen, en dat de sanctie buitenproportioneel was. Het College oordeelde dat appellant nalatig was in het tijdig melden van de verplaatsingen en dat de sanctieregeling in de Europese verordeningen een proportioneel en gedifferentieerd sanctiestelsel vormt. Er was geen sprake van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de ooipremie gehandhaafd. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ooipremie gehandhaafd wegens niet-naleving van de aanhoudplicht en het ontbreken van tijdige verplaatsingsverklaringen.