ECLI:NL:CBB:2006:AZ3082
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.J.M. Heijs
- H.C. Cusell
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verjaring en restitutie bij Productschap Vee en Vlees
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de verjaringstermijn van vier jaar, zoals bepaald in artikel 3 van Pro Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95, was gestuit door onderzoekshandelingen van het bestuursorgaan jegens appellante DCA Beheer B.V. Het College van Beroep had eerder een besluit van het Productschap Vee en Vlees vernietigd en verwezen naar de noodzaak van een nieuwe beslissing.
Het geschil betrof de terugvordering van een vooruitbetaald restitutiebedrag over vleespartijen vervoerd met het m.s. Pacific Rose. Verweerder stelde dat diverse handelingen tussen 1994 en 2000 de verjaring hadden gestuit, onder meer contacten met een derde, A, die administratieve handelingen verrichtte namens DCA. Appellante betwistte echter dat zij of DCA op de hoogte waren gesteld van deze contacten en dat A gemachtigd was om hen te vertegenwoordigen.
Het College oordeelde dat verweerder onvoldoende had bewezen dat appellante kennis had genomen van de onderzoekshandelingen na 1994, mede omdat geen bewijs was geleverd dat A als vertegenwoordiger van appellante optrad in deze fase. Hierdoor was de verjaring niet gestuit en was de vordering verjaard. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen wegens verjaring.