ECLI:NL:CBB:2006:AZ4248
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- M.A. Fierstra
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling bedrijfstakpensioenfonds en toepassing voorschriften Vrijstellingsbesluit
Gulf Oil heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake de weigering van vrijstelling van deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds van Stichting Vroegpensioen Brandstoffenbedrijf. De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 4 van Pro het Vrijstellingsbesluit en de aan de vrijstelling verbonden voorschriften.
De rechtbank had de beroepen gegrond verklaard en de besluiten van de Stichting vernietigd, maar de rechtsgevolgen van de besluiten in stand gelaten. Gulf Oil betoogde dat het verzoek om vrijstelling niet mede door vakorganisaties hoefde te worden ingediend en dat de aan de vrijstelling verbonden voorschriften onjuist waren toegepast.
Het College oordeelt dat de betrokkenheid van vakorganisaties bij het verzoek om vrijstelling wel vereist is, ook als een werkgever buiten het toepassingsbereik van een cao valt. Tevens stelt het College vast dat aan een vrijstelling op grond van artikel 6 van Pro het Vrijstellingsbesluit het voorschrift van artikel 7, vijfde lid, moet worden verbonden, en dat de Stichting dit niet correct heeft gedaan. Het hoger beroep van Gulf Oil wordt gegrond verklaard voor dit onderdeel, het hoger beroep van de Stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beslissing van de rechtbank wordt deels vernietigd en aangepast.
Uitkomst: Het hoger beroep van Gulf Oil wordt deels gegrond verklaard, het hoger beroep van de Stichting niet-ontvankelijk, en het besluit van de Stichting wordt aangepast met betrekking tot de aan de vrijstelling verbonden voorschriften.