ECLI:NL:CBB:2006:AZ4323
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toepassing hardheidsregeling varkenshouderij wegens ontbreken feitelijke bedrijfsintegratie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die haar bezwaar tegen afwijzing van toepassing van artikel 9 van Pro het Besluit herstructurering hardheidsgevallen (Bhv) ongegrond verklaarde.
De kern van het geschil betreft de vraag of het bedrijf van appellante kan worden aangemerkt als het desbetreffende bedrijf in de zin van artikel 9 Bhv Pro, waarvoor een milieuvergunning is verleend die recht geeft op een vergroting van het varkensrecht. Uit het proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst (AID) en de stukken blijkt dat appellante formeel een maatschap is, maar feitelijk bestaat uit twee afzonderlijke bedrijven: het varkensbedrijf van E en het akkerbouwbedrijf van G, zonder daadwerkelijke feitelijke samenwerking.
Het College oordeelt dat de milieuvergunning niet betrekking heeft op het bedrijf van appellante, maar op dat van E. De samenwerking tussen E en G diende slechts om gebruik te maken van mestproductierechten en er was geen gezamenlijke bedrijfsvoering of gedeeld gebruik van personeel. Daarom kan het bedrijf van appellante niet worden gelijkgesteld aan het desbetreffende bedrijf waarvoor de milieuvergunning is verleend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bedrijf van appellante niet kan worden aangemerkt als het desbetreffende bedrijf voor toepassing van artikel 9 Bhv.