De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld wegens twee overtredingen van de Meststoffenwet, waarbij hij in 2009 en 2010 meer varkens heeft gehouden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht toestond. De zaak betrof de vraag of verdachte aanspraak kon maken op 2000 extra varkensrechten van een maatschap, hetgeen door de rechtbank is verworpen.
De bewijslast bestond uit controles door de Algemene Inspectiedienst, veesaldokaarten en verklaringen van verdachte. De rechtbank concludeerde dat de maatschap geen recht had op de geclaimde varkensrechten vanwege het ontbreken van feitelijk gebruik van landbouwgrond in het kader van normale bedrijfsvoering, bevestigd door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.
Verdachte heeft verklaard bewust te zijn geweest van het tekort aan rechten. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €30.000,- subsidiair 185 dagen hechtenis, lager dan de eis van het Openbaar Ministerie vanwege persoonlijke omstandigheden en tijdsverloop.