ECLI:NL:CBB:2006:AZ5762
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering EG-steun akkerbouwgewassen wegens niet-premiewaardig perceel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw tot terugvordering van EG-steun voor het jaar 2002, omdat een perceel niet voldoet aan de definitie van akkerland volgens Verordening (EG) nr. 1251/1999. Het perceel was in eerdere procedures vastgesteld als niet-premiewaardig op basis van teledetectieonderzoek door GeoRas en het College had dit reeds bevestigd in een eerdere uitspraak.
Appellante voerde aan dat zij onterecht niet gehoord was en dat satellietbeelden uit 1986 en 1992 niet waren betrokken bij de beoordeling, terwijl deze zouden aantonen dat het perceel deel uitmaakte van een vruchtwisseling en dus geen blijvend grasland was. Het College oordeelde dat deze stellingen onvoldoende onderbouwd waren en dat de eerdere beoordeling juist was, mede omdat het perceel in de referentieperiode als grasland in gebruik was.
Verder stelde appellante dat haar geen schuld treft en dat daarom geen sancties opgelegd mogen worden. Het College stelde dat enkel navraag bij de verpachter onvoldoende bewijs is en dat appellante geen schriftelijke bescheiden heeft overgelegd die haar onschuld aantonen.
Het College concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de terugvordering terecht is. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling. Het besluit is genomen conform de relevante EG-verordeningen en jurisprudentie.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van EG-steun voor perceel 3 wordt ongegrond verklaard.