ECLI:NL:CBB:2006:AZ5816
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie en overdracht premierechten aan nationale reserve
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaar werd afgewezen tegen premiebesluiten op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Het geschil betreft de toekenning van zoogkoeienpremie voor 34 zoogkoeien en zes vaarzen in 2003 en de overdracht van niet-benutte premierechten aan de nationale reserve.
De kern van het geschil is dat appellante onvoldoende vaarzen zou hebben aangehouden volgens de EU-verordening 1254/1999, waardoor slechts voor twaalf zoogkoeien premie werd toegekend en 27,90 premierechten werden overgedragen aan de nationale reserve. Appellante stelt dat zij wel degelijk aan de vaarzenverplichting voldeed en dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan en onterecht premies heeft geweigerd.
Het College oordeelt dat de EU-regelgeving vereist dat de in de aanvraag opgegeven en geïdentificeerde dieren, inclusief vervangingen, voldoen aan het 15%-vaarzenvereiste. Aangezien appellante de verplichte vervangingen niet heeft gemeld, kon slechts voor maximaal dertien zoogkoeien premie worden verleend. Het besluit ontbeert echter een deugdelijke motivering waarom slechts twaalf premie werd toegekend. Verder oordeelt het College dat de overdracht van 27,90 premierechten aan de nationale reserve onterecht is, omdat slechts voor acht runderen terecht premierechten zijn overgedragen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van het oordeel van het College.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met veroordeling van verweerder in de proceskosten.