ECLI:NL:CBB:2006:AZ5867
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over zoogkoeienpremie en overdracht premierechten aan nationale reserve
Appellante, een landbouwbedrijf, heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Landbouw over de toekenning van zoogkoeienpremie en de overdracht van niet gebruikte premierechten aan de nationale reserve. De kern van het geschil betreft de toepassing van de Regeling dierlijke EG-premies en de interpretatie van het vereiste aandeel vaarzen binnen de aanhoudperiode.
De Minister had bij besluit vastgesteld dat appellante onvoldoende vaarzen had aangehouden omdat acht vaarzen binnen de aanhoudperiode waren gekalfd en niet waren vervangen, waardoor een deel van de premie werd geweigerd en 48,8 premierechten werden overgedragen aan de nationale reserve. Appellante betoogde dat zij niet goed was geïnformeerd over de vervangingsplicht en dat zij voldoende vervangende vaarzen had.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende op de hoogte was van de vervangingsregels en dat het niet voldoen aan het 15%-vereiste terecht tot korting op de premie leidde. Echter, de overdracht van alle 48,8 premierechten aan de nationale reserve was onterecht, omdat slechts acht dieren niet voldeden aan de voorwaarden. Het College vernietigde het bestreden besluit voor zover het de overdracht van premierechten betreft en droeg de Minister op opnieuw te beslissen. Het griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot overdracht van 48,8 premierechten aan de nationale reserve wordt vernietigd.