ECLI:NL:CBB:2007:AZ7180
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing melkpremieaanvraag wegens te late indiening zonder overmacht
Appellante diende een aanvraag voor melkpremie in via de verzamelaanvraag 2005, die op 14 juni 2005 werd ontvangen, na de uiterste indieningsdatum van 15 mei 2005 en na de kortingsperiode van 25 dagen. Verweerder wees de aanvraag af wegens te late indiening, zonder dat appellante overmacht of uitzonderlijke omstandigheden had aangetoond.
Appellante stelde dat de verzendtheorie toegepast had moeten worden en dat zij ten onrechte niet was gehoord over haar bezwaar. Het College oordeelde dat de ontvangsttheorie geldt voor dergelijke Europese subsidieaanvragen en dat de aanvraag pas als ingediend geldt op het moment van ontvangst door de bevoegde autoriteit.
Het College stelde vast dat verweerder bevoegd was en dat de ondertekening van het besluit door de Minister mede op grond van hiërarchische positie geen materiële gevolgen had. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat geen sprake was van overmacht en verweerder terecht de aanvraag afwees. Ook was het horen van appellante niet verplicht omdat verweerder geen beleidsruimte had om anders te beslissen.
Er werd geen tegenstrijdigheid vastgesteld tussen Europese verordeningen en de nationale Regeling. De afwijzing van de verzamelaanvraag hield ook de afwijzing van de melkpremieaanvraag in. Het beroep werd verworpen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de melkpremieaanvraag wegens te late indiening zonder overmacht is ongegrond verklaard.