ECLI:NL:CBB:2007:BA1247
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake superheffing melk en zuivelproducten
Verzoekster, een zuivelbedrijf, maakte bezwaar tegen de door het Productschap Zuivel vastgestelde melkequivalenten en de daarop gebaseerde superheffing over de heffingsperiode 2005/2006. Het geschil betreft de wijze waarop aangekochte magere melk en room worden meegenomen bij de berekening van de superheffing, waarbij verzoekster een andere systematiek voorstaat dan verweerder.
De voorzieningenrechter overwoog dat het financieel belang van verzoekster niet zodanig zwaarwegend is dat de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd, mede omdat verweerder uitstel van betaling wil verlenen bij het stellen van een bankgarantie. Verzoekster kon niet aantonen dat het stellen van een bankgarantie onmogelijk is, slechts dat zij dit ongewenst acht vanwege reputatieschade.
Juridisch werd geoordeeld dat de door verweerder gehanteerde methode om aankopen in mindering te brengen op de melkequivalenten toelaatbaar is en voorkomt dat melk dubbel wordt verantwoord. De door verzoekster voorgestelde systematiek leidt tot een onwenselijke dubbele aftrek. De vetbalansberekening van verweerder is niet ondeugdelijk gebleken. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de registratie van melkequivalenten en superheffing wordt afgewezen.