ECLI:NL:CBB:2007:BA4665
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen schriftelijke berisping wegens schending onafhankelijkheidsregels registeraccountant
Appellant, een registeraccountant, werd door de raad van tucht schriftelijk berispt wegens het schenden van artikel 24 van Pro de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants (GBR-1994). De klacht betrof het opstellen en samenstellen van jaarrekeningen van vennootschappen waarin naaste familieleden een aanmerkelijk financieel belang hadden, wat volgens de raad van tucht een nauwe persoonlijke relatie en daarmee een belangenconflict opleverde.
Appellant voerde onder meer aan dat hij de jaarrekeningen niet had gecontroleerd maar slechts samengesteld, dat de moeder en zus als naaste verwanten niet onder de definitie van nauwe persoonlijke relatie vielen, en dat de nadere voorschriften inzake onafhankelijkheid pas na zijn werkzaamheden in werking traden. Het College oordeelde dat de raad van tucht terecht de samenstellingsverklaring als grondslag nam en dat de familierelaties onmiskenbaar een nauwe persoonlijke relatie vormden, waardoor het verbod van artikel 24 GBR Pro-1994 van toepassing was.
Daarnaast werd appellant verweten onvoldoende duidelijk te hebben gemaakt dat hij bij de overname van aandelen en onroerende zaken niet als registeraccountant maar als adviseur van zijn moeder optrad, waardoor de betrokkenen niet op de hoogte waren van zijn bijzondere belang. Dit was een inbreuk op artikel 9, lid 2, GBR-1994. Het College verwierp het verweer dat hij niet als registeraccountant hoefde op te treden zolang de andere partij ook een accountant had.
Het College achtte de overtredingen ernstig en passend voor de opgelegde maatregel van schriftelijke berisping. Het beroep werd ongegrond verklaard en verworpen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de schriftelijke berisping wegens schending van onafhankelijkheidsregels wordt verworpen.