ECLI:NL:CBB:2007:BA4917
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- H.C. Cusell
- W.E. Doolaard
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale radio-uitzending zonder vergunning
Appellant werd door het Agentschap Telecom en de Minister van Economische Zaken aangesproken wegens het zonder vergunning uitzenden van een radiocommunicatiesignaal op de frequentie 94.2 MHz. Een beëdigd opsporingsambtenaar stelde vast dat het signaal afkomstig was van een antennemast op het perceel van appellant, waarbij tevens een radiodatasignaal met het telefoonnummer van appellant werd uitgezonden. Appellant ontkende het gebruik van een zendapparaat en stelde dat buren de zender konden zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de last onder dwangsom. In hoger beroep bevestigde het College deze uitspraak, waarbij het de waarnemingen van de opsporingsambtenaar en de technische peilingen als voldoende aannemelijk achtte. De stelling van appellant dat hij niet thuis was en dat buren mogelijk zonden, werd niet gevolgd vanwege het ontbreken van onderbouwing en de abrupte beëindiging van de uitzending na waarneming.
Het College oordeelde dat de Minister bevoegd was tot handhaving en dat het opleggen van een last onder dwangsom passend en niet disproportioneel was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afzagen van handhaving rechtvaardigden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, zij het op andere gronden dan door de rechtbank gehanteerd.
Uitkomst: De last onder dwangsom tegen appellant wegens illegale radio-uitzending zonder vergunning wordt bevestigd.