ECLI:NL:CBB:2007:BA5329
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling vergunningaanvraag trustkantoor door De Nederlandsche Bank
Appellante, exploitant van een trustkantoor, diende een melding in bij De Nederlandsche Bank (DNB) conform artikel 50 van Pro de Wet toezicht trustkantoren (Wtt). DNB beschouwde deze melding als een aanvraag voor een vergunning en stelde appellante in de gelegenheid om binnen drie weken het aanvraagformulier volledig in te dienen. Appellante voldeed hier niet aan, waarna DNB de aanvraag buiten behandeling stelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de termijnen redelijk waren en dat DNB bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. Appellante stelde hoger beroep in met meerdere grieven, waaronder onjuiste motivering, onjuiste toepassing van de wet en disproportionaliteit van de sanctie.
Het College oordeelde dat de termijnen, hoewel kort, niet onredelijk waren gezien de ruime totale termijn van negen weken en het feit dat appellante geen uitstel had aangevraagd. De buitenbehandelingstelling was gerechtvaardigd omdat appellante niet tijdig de benodigde gegevens had aangeleverd. De bevoegdheidskwestie werd buiten beschouwing gelaten wegens procesorde. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de buitenbehandelingstelling van de vergunningaanvraag door DNB en wijst het hoger beroep af.