ECLI:NL:CBB:2007:BB0060
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Wolters
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt schriftelijke berisping wegens ontbreken hoor en wederhoor in accountantsrapport
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 20 maart 2007 uitspraak gedaan over een tuchtklacht tegen een registeraccountant (betrokkene). De klacht betrof het niet toepassen van hoor en wederhoor bij het opstellen van een rapport over financiële resultaten van een vennootschap, ingediend door klager, voormalig financieel directeur.
De raad van tucht had de klacht gegrond verklaard voor zover hoor en wederhoor ontbrak en een schriftelijke berisping opgelegd. Het College oordeelde dat het beroep van klager niet ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het beroep van betrokkene was niet ontvankelijk voor de ongegrond verklaarde klachtonderdelen en ongegrond voor het overige.
Het College stelde dat hoor en wederhoor noodzakelijk was omdat het rapport bevindingen bevatte over het functioneren en handelen van klager, die verantwoordelijk was voor de financiële rapportages. Het ontbreken van hoor en wederhoor ondermijnde de deugdelijke grondslag van het rapport. De opgelegde maatregel van schriftelijke berisping was passend gezien de ernst en omstandigheden van de zaak.
Het College verwierp het verweer dat het rapport slechts feitelijke bevindingen bevatte en dat hoor en wederhoor niet verplicht was bij niet-persoonsgericht onderzoek. Ook het argument dat klager al bekend was met de bevindingen uit notulen en eerdere managementletters faalde. Het beroep werd daarom afgewezen en de berisping gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van klager is niet ontvankelijk; het beroep van betrokkene deels niet ontvankelijk en deels ongegrond; de schriftelijke berisping wordt gehandhaafd.