ECLI:NL:CBB:2007:BB0115
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van kennelijke fout bij zoogkoeienpremieaanvraag en proceskostenveroordeling
Appellante diende een premieaanvraag in voor 27 zoogkoeien, waaronder vijf vaarzen, maar verweerder constateerde dat vier vaarzen al vóór aanvang van de aanhoudperiode hadden gekalfd en dat geen vervanging was gemeld, waardoor niet aan het 15%-vereiste werd voldaan. Verweerder weigerde premie voor veertien dieren en droeg 13,4 premierechten over aan de nationale reserve. Appellante stelde dat sprake was van een kennelijke fout en dat zij feitelijk voldoende vervangende dieren had.
Het College oordeelde dat uit de aanvraag zelf niet bleek dat de opgave fout was en dat het gebruik van het I&R-systeem voor controle geen kennelijke fout oplevert. Het niet melden van vervangingen leidde ertoe dat slechts dertien zoogkoeienpremies konden worden toegekend. Wel werd geoordeeld dat de overdracht van 9,4 premierechten aan de nationale reserve onterecht was en dat verweerder dit opnieuw moet beoordelen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het griffierecht te worden vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de toevoeging van premierechten betreft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot toevoeging van premierechten aan de nationale reserve wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.