ECLI:NL:CBB:2007:BB4112
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tariefverlaging orthodontisten door NZa
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft per 1 juli 2007 de maximumtarieven voor orthodontisten verlaagd, met verdere verlagingen voorzien in 2008, 2009 en 2010. Verzoekers, bestaande uit orthodontisten en hun belangenvereniging, maakten bezwaar tegen deze tariefkortingen en verzochten om een voorlopige voorziening om de verlagingen ongedaan te maken.
De voorzieningenrechter overwoog dat het financiële belang van de orthodontisten onvoldoende spoedeisend was om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen, omdat geen concrete feiten zijn aangevoerd die de continuïteit van hun bedrijfsvoering bedreigen. Ook was niet gebleken dat de beleidsregels die aan de tariefverlaging ten grondslag liggen evident onrechtmatig zijn of in strijd met de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).
De NZa baseerde de tariefverlaging op gemiddelde kosten en productiegegevens van orthodontistenpraktijken met 3 tot 5 stoelen, waarbij rekening werd gehouden met efficiencyverbeteringen en het algemeen consumentenbelang. Verzoekers stelden dat de normatieve onderbouwing ontbrak en dat kosten zoals huisvesting en financiering onjuist waren vastgesteld, maar de voorzieningenrechter vond deze bezwaren onvoldoende onderbouwd voor een voorlopige voorziening.
Ook het betoog dat de tariefverlaging de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg zou bedreigen werd niet aannemelijk gemaakt. De NZa bood bovendien de mogelijkheid voor individuele orthodontisten om een afwijkend tarief aan te vragen. Gelet op deze overwegingen wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tariefverlaging voor orthodontisten wordt afgewezen.