ECLI:NL:CBB:2007:BB4134
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- B. Verwayen
- M.A. van der Ham
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vernietiging partij varkensdarmen wegens aanwezigheid verboden residu furazolidon
Appellante Van Hessen B.V. stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waarbij een partij gezouten varkensdarmen uit China werd geweigerd en ter destructie bestemd wegens aanwezigheid van het verboden residu furazolidon. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, waarna het College van Beroep de zaak behandelde.
Het College oordeelde dat het College bevoegd was en vernietigde het besluit van 20 januari 2004 omdat dit besluit identiek was aan het eerdere besluit van 14 oktober 2003 en niet door beide ministers samen had mogen worden genomen. Het College verwierp de stellingen van appellante over onjuiste bemonstering en het ontbreken van recht op herbemonstering, gelet op de geldende EU-regelgeving en de gehanteerde procedures.
Voorts stelde het College vast dat de partij varkensdarmen terecht ter destructie was bestemd omdat de aanwezigheid van furazolidon, opgenomen in bijlage IV van verordening (EEG) 2377/90, een gevaar voor de volksgezondheid vormt. Het verzoek tot terugzending werd afgewezen omdat artikel 22, lid 2, van richtlijn 97/78/EG vernietiging voorschrijft bij dergelijke gevaren. Het College veroordeelde de verweerders tot vergoeding van de proceskosten wegens onnodige procedurele complexiteit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het College vernietigt het besluit van 20 januari 2004 en veroordeelt verweerders tot betaling van proceskosten aan appellante.