ECLI:NL:CBB:2007:BB7859
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting runderpremies wegens aanwezigheid verboden stof chlooramphenicol
In deze zaak hebben appellanten beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij de maatschap voor het jaar 2004 is uitgesloten van runderpremies op grond van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 1254/1999 vanwege de aanwezigheid van de verboden stof chlooramphenicol op hun bedrijf.
Het College heeft vastgesteld dat chlooramphenicol daadwerkelijk aanwezig was op het bedrijf, onder meer in een flesje dat in een rommelhok werd aangetroffen dat tot het bedrijf behoort. Uit onderzoek bleek dat de stof niet door een chemische reactie was ontstaan maar op zichzelf staand aanwezig was. De appellanten voerden onder meer aan dat het rommelhok niet tot het bedrijf zou behoren en dat het evenredigheidsbeginsel in acht genomen moest worden.
Het College oordeelt dat artikel 23 van Pro de verordening geen ruimte laat voor een toetsing aan het evenredigheidsbeginsel en dat de uitsluiting van premies een rechtstreeks gevolg is van het aantreffen van de verboden stof. Tevens is geoordeeld dat artikel 23 niet Pro in strijd is met het communautaire evenredigheidsbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het vonnis is uitgesproken door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 7 november 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitsluiting van runderpremies wegens aanwezigheid van chlooramphenicol wordt ongegrond verklaard.