ECLI:NL:CBB:2007:BB8847
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ondertoezichtplaatsing rundveebedrijven wegens verboden stof chlooramphenicol
Appellanten, exploitanten van rundveebedrijven, werden op grond van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen onder officieel toezicht geplaatst vanwege de aanwezigheid van de verboden stof chlooramphenicol in diergeneesmiddelen en urinemonsters op hun bedrijven. De aanwezigheid van deze stof werd vastgesteld door het RIKILT na monsters die door de Algemene Inspectiedienst (AID) waren genomen.
Appellanten betwistten de rechtmatigheid van het toezichtbesluit en voerden onder meer aan dat de monsters mogelijk besmet waren geraakt door onzorgvuldige behandeling en dat de toegepaste analysemethoden niet voldeden aan de communautaire eisen. Tevens stelden zij dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden doordat zij niet konden reageren op een aanvullende rapportage.
Het College oordeelde dat de aanwezigheid van chlooramphenicol voldoende was vastgesteld en dat de ondertoezichtplaatsing terecht was. De handelwijze van de AID werd als zorgvuldig beoordeeld, en de bezwaren over contaminatie en analysemethoden werden verworpen. Ook werd geoordeeld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten tegen het besluit tot ondertoezichtplaatsing van hun rundveebedrijven wegens aanwezigheid van chlooramphenicol wordt ongegrond verklaard.