ECLI:NL:CBB:2007:BB8849
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- J.L.W. Aerts
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting van runderpremies wegens aanwezigheid verboden stof chlooramphenicol
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om hem voor het jaar 2004 uit te sluiten van runderpremies vanwege de aanwezigheid van de verboden stof chlooramphenicol op zijn rundveebedrijf. Dit besluit was genomen op grond van artikel 23 van Pro Verordening (EG) nr. 1254/1999, dat expliciet uitsluiting voorschrijft bij aantreffen van verboden stoffen.
Tijdens de procedure heeft appellant aangevoerd dat het rommelhok waar het flesje chlooramphenicol werd aangetroffen niet tot zijn bedrijf behoort en dat het evenredigheidsbeginsel toepassing zou moeten vinden, waardoor de sanctie niet automatisch opgelegd zou moeten worden. Het College heeft echter geoordeeld dat de Europese verordening geen ruimte laat voor een toetsing aan het evenredigheidsbeginsel en dat de sanctie passend is in het kader van voedselveiligheid.
Het College verwees naar vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin wordt bevestigd dat maatregelen van de gemeenschapswetgever slechts onwettig zijn indien zij kennelijk ongeschikt zijn voor het nagestreefde doel. In dit geval is de sanctie van uitsluiting van premies niet kennelijk ongeschikt, maar juist noodzakelijk om het gebruik van verboden stoffen tegen te gaan.
Daarmee verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het de proceskostenveroordeling af. De uitsluiting van de runderpremies voor 2004 blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitsluiting van runderpremies voor 2004 blijft gehandhaafd.