ECLI:NL:CBB:2007:BB9788
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt gedeeltelijke vergunningverlening biotechnologisch onderzoek bij muizen
Appellante, het Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam, had een vergunning aangevraagd voor biotechnologische handelingen bij muizen in het kader van onderzoek naar genexpressie. De minister verleende een vergunning met beperkingen, waaronder een reductie van het aantal toegestane onderzoekslijnen en het uitsluiten van immunoglobuline genen.
Appellante stelde dat deze beperkingen feitelijk neerkwamen op een volledige weigering, onvoldoende gemotiveerd waren en dat de minister onterecht niet was overgegaan tot splitsing van de aanvraag. Verweerder voerde aan dat de beperkingen terecht waren vanwege onvoldoende concrete informatie over de relatie tussen genen, lijnen en onderzoeksdoelen, en dat een nieuwe aanvraag mogelijk was voor het niet-vergunde deel.
Het College oordeelde dat de minister en de Commissie biotechnologie bij dieren terecht nadere informatie hadden gevraagd en dat appellante niet volledig had voldaan aan deze verzoeken. Hierdoor was het gerechtvaardigd de vergunning te beperken. De weigering voor immunoglobuline genen werd als redelijk beoordeeld vanwege onvoldoende gegevens voor een aparte beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de minister zijn besluit voldoende had gemotiveerd en de procedure zorgvuldig was verlopen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de gedeeltelijke weigering van de vergunning wordt ongegrond verklaard.