ECLI:NL:CBB:2007:BC1600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kwalificatie van perceel als blijvend grasland in EG-steunregeling akkerbouw
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin de aanvraag voor akkerbouwsteun voor 2003 deels werd afgewezen omdat bepaalde percelen niet voldeden aan de definitie van akkerland. Het geschil betrof vooral perceel 19, dat appellant als kunstweide bestempelde en daarmee niet als blijvend grasland.
Het College overwoog dat de term kunstweide gelijkgesteld wordt met tijdelijk grasland en dat volgens de EG-verordeningen percelen die tussen 1987 en 1991 uitsluitend als grasland zijn gebruikt, ook als zij tussentijds gescheurd en opnieuw ingezaaid zijn, als blijvend grasland moeten worden aangemerkt. De stelling van appellant dat het perceel eind 1991 zwart lag ter voorbereiding van akkerbouw werd niet voldoende onderbouwd.
Het College baseerde zich op satellietbeelden en het arrest Gschossmann van het Hof van Justitie, waaruit volgt dat alleen een fysieke wijziging het karakter van blijvend grasland kan doen verdwijnen. Omdat geen bewijs was geleverd van zodanige wijziging, werd het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de EG-regelgeving omtrent de kwalificatie van grasland in het kader van landbouwsteun en benadrukt het belang van feitelijke waarnemingen boven intenties van de landbouwer.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat perceel 19 als blijvend grasland wordt aangemerkt, wordt bevestigd.