ECLI:NL:CBB:2008:BC3564
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering registratie permanente overdracht melkquotum wegens misbruik
Appellanten hadden een permanente overdracht van 384 kg melkquotum gemeld, waarvan zij wilden dat 371 kg per direct en 13 kg per het volgende heffingsjaar werd geregistreerd. Verweerder registreerde de overdracht geheel per het volgende heffingsjaar. Appellanten leverden in 2004/2005 veel meer melk dan hun quotum, waardoor zij superheffing verschuldigd waren.
Verweerder stelde dat de gesplitste overdracht zou leiden tot een onrealistisch hoog vetpercentage op het kleine restquotum, waarmee appellanten misbruik maakten van de negatieve vetcorrectie om heffing te ontwijken. Op grond van artikel 22 Regeling Pro superheffing werd daarom geen rekening gehouden met het deel van 371 kg in het lopende jaar.
Het College oordeelde dat artikel 22 ook Pro ziet op registratiehandelingen en niet alleen op heffingsbesluiten, en dat het misbruik in deze casus evident was. De overdracht had geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen tot doel, maar was gericht op het verminderen van de heffing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van registratie van een deel van de permanente overdracht melkquotum wegens misbruik wordt ongegrond verklaard.